Biografie van de heilige Bonifatius
Bonifatius, ook wel Bonifacius, geboortenaam Wynfreth (Winfried). Geboren nabij Exeter in Zuidwest-Engeland, 672 of 675 - waarschijnlijk vermoord bij Dokkum, 5 juni 754 of misschien in 755.
Bonifatius was een van de belangrijkste missionarissen en kerkhervormers in het Frankische rijk, bisschop, martelaar en heilig verklaarde. Bonifatius wordt ook de Apostel van de Duitsers genoemd. Meer nog dan missionaris was hij de inrichter van de kerkelijke structuren in het gebied van het huidige Duitsland en, wat evenzeer cruciaal is geweest, de binding daarvan aan de Heilige Stoel. Bonifatius werd zo de architect van het christelijke West-Europa, omdat hij een groot aandeel had in de grondvesting van de kerk van Rome en in de groei naar culturele eenheid van West-Europa.
De Donareik
Om de overmacht van christenen en het Frankische gezag te bewijzen, hakte Bonifatius in 723 de heilige Donareik om. Deze stond in Geismar nabij Fritzlar op de grens van het gedeeltelijk christelijke Hessen en het grotendeels heidense Nedersaksen, niet ver van de Frankische vesting Büraburg.
Toen er geen wraak volgde van de heidense goden, namen veel van de Germanen het christelijk geloof aan. Het omhakken van de Donareik wordt door velen beschouwd als het begin van de kerstening onder de Noord- en Middelduitse Germanen.
Van het hout bouwde Bonifatius een kapel, gewijd aan St. Petrus.
Laatste missie naar Friesland
Bonifatius had nooit de hoop opgegeven om ook de Friezen te bekeren. Als hoogbejaarde kerkelijk leider trok hij in 754 met een gevolg, militairen en bewakers, opnieuw naar Friesland. Hij doopte daar grote aantallen Friezen. Ook belegde hij een grote bijeenkomst om nieuw bekeerden gemeenschappelijk het sacrament van het heilig vormsel toe te dienen, die te Dokkum zou plaatsvinden.
Hij sloeg daar zijn kamp op. Maar in plaats van daar zijn bekeerlingen te treffen, werd hij er de volgende ochtend overvallen door een groep gewapende Friezen die onder Bonifatius' missiecompagnie een slachtpartij aanrichtten. Op 5 juni 754 werd hij gedood, samen met zijn 52 metgezellen, onder wie zijn hulpbisschop Eoban.
